MaarNormaal nr. 9 artikel 3

 

Johan (0)

 

30 jaar geleden kwam Johan Duijck bij het GMK, als we dat zo achterstevoren mogen formuleren. Zijn verhaal kan vanzelfsprekend niet ontbreken in deze reeks jubileum-snapshots. Liever dan hem zelf te vragen een stukje te schrijven, iets waartoe hij altijd graag bereid is, en liever dan een van de koorleden een impressie te laten geven, hebben we gekozen voor een interview dat Freek Stoffels enkele maanden geleden had met Johan. Het geeft goed weer waar het Johan Duijck in zijn muzikale leefwereld om te doen is, en de vragen komen voor een keer van een koor-outsider.


Johan Duijck: passie voor muziek

Waar het over gaat is onuitsprekelijk 

Johan op de koorfoto van 1999

Johan Duijck (48) is chef-dirigent van het Vlaams Radio Koor (VRK), Chorus Director van het vermaarde Academy of Saint Martin in the fields Chorus en sinds zeer lang dirigeert hij het Gents Madrigaalkoor (GMK). Het is in die hoedanigheid dat hij samen met de zeventig koorleden dit jaar 'Koor van het jaar' werd. Je zou hem de koorkardinaal van Vlaanderen kunnen noemen.

Hij is professor aan het Koninklijk Conservatorium van Gent, en schreef, naast verscheidene andere stukken, twee werken voor orkest, koor en solisten, waarvan Alma de la música het belangrijkste is. Maar hij ziet zichzelf in de eerste plaats als pianist.

Met knikkende knieën werd ik op een donkere dinsdag voor mijn eerste echte interview ontvangen in zijn studeerkamer te Brugge. Het gesprek overtrof mijn verwachtingen. Johan Duijck is een aimabel, gedisciplineerd, filosofisch en belezen man. Maar bovenal is hij een intrigerende persoonlijkheid zonder kapsones.

Zijn er vragen die bij elk interview gesteld worden?

Ja, wat ze altijd vragen is hoe het begon.

OK, dan stel ik die vraag niet. Door je verwezenlijkingen zullen vele mensen je een uitzonderlijke persoon vinden. Vind je dat ook van jezelf?

Ik ben van oordeel dat elk beroep evenwaardig is. Ik ga niet akkoord met een maatschappij die een hiërarchie van de beroepen nastreeft. Het belangrijkste is dat je betrouwbaar bent in je eigen beroep en dat je in een sociale context kunt fungeren. Er hangt een mystieke waas over het beroep van kunstenaar. Wanneer ik naar de tandarts ga, weet ik ook totaal niet wat die man doet, maar men zal het beroep van tandarts niet snel op een pied-de-stallekeplaatsen. Mijn stelling is dat men bij voorbaat niet in staat is andere beroepen te begrijpen.

Tandarts is een technisch beroep. Je kan ook een technisch perfecte pianist zijn zonder dat tikje extra, dat maar heel weinig mensen kunnen.

Er komt inderdaad iets bij kijken wat men creativiteit noemt. Maar in elk beroep kan je gebruik maken van de fantasie en fantasie wordt vertaald door creativiteit. Elk mens heeft op zijn eigen manier de mogelijkheid om naast het puur technische van zijn beroep er op de een of andere manier zijn persoonlijkheid bij te betrekken. Al was het bijvoorbeeld maar de manier waarop een tandarts omgaat met zijn patiënten. We moeten proberen naast ons officiële leven een rijk persoonlijk leven te leiden. De interactie tussen beide is onwaarschijnlijk boeiend. Veel mensen splitsen dat, terwijl je de rijkdom van je persoonlijk leven kan gebruiken in je officieel leven en omgekeerd.

"Tout pour la musique, rien pour le piano!" is een spreuk van Yves Nat. Hij was de pianoleraar van mijn eerste pianolerares. Ik kan met die stelling jammer genoeg niet akkoord gaan want wanneer je muziek speelt, moet je volgens mij voldoen aan drie vereisten. De vereiste van het instrument waarop je speelt, de vereiste van de muzikale wetmatigheden en het laatste niveau vind ik zeer belangrijk en dat is het niveau van het leven. Wanneer een pianist technisch zeer goed geschoold is maar hij vergeet in zijn spelen een referentie te maken naar zijn persoonlijk leven, doet hij geen beroep op de fantasie van de mensen en dan schort de communicatie. Ik heb nogal een visuele fantasie. Wanneer ik een film zie kan ik dat nogal gemakkelijk projecteren in mijn muziek. Ik hoop dan dat het gevoel dat ik heb, overkomt bij de mensen.

Voel je je passie voor muziek aan als iets allesoverheersend, iets waar je elke dag iets mee moet doen?

O ja, enorm, niet alleen geestelijk maar zelfs ook fysiek. Wanneer ik moe thuis kom, kan ik mij echt bevrijd voelen na een uurtje piano studeren. Ik ervaar dat echt als een dagelijkse fysieke behoefte. Als ik een paar dagen geen piano kan spelen, word ik zenuwachtig. Het is een echte drug. Het is zoals iemand die een sigaret nodig heeft of een sigaartje - maar dat heb ik óók nodig!(lacht)

Zijn er momenten waarop je in een opwelling dingen componeert als een soort mentale dwang?

Componeren is bij mij toch vaak een soort van wilsbeschikking. Op dagen dat ik het druk heb, zal ik er niet aan denken en dan zullen er ook zelden ideeën in mij opkomen. Maar wanneer ik een hele dag de tijd heb, zal ik bijvoorbeeld tussen 9 uur en 12 uur componeren en tussen 12 uur en 14 uur met de kinderen bezig zijn en dan opnieuw tussen 14 uur en 17 uur componeren. Ik kan perfect mijn pen wegleggen en met iets anders bezig zijn, het zal ondertussen nog wel ergens leven in mij. Je moet plannen en je mag jezelf niet toelaten te wachten op impulsen die door je goesting komen want meestal is dat het begin van de luiheid. (Ondergetekende heeft nog veel te leren)

Johan Duijck in 1974

"Creëer orde in je omgeving zodat je de chaos (creativiteit) in je hoofd de vrije loop kan laten", las ik in een interview. Is dat ook van toepassing op jou?

Ja, ik ben ervan overtuigd dat wanneer je persoonlijk leven niet geordend is, je niet in staat bent schoonheid te creëren. Ik ben daar zeer formeel in. Toen mijn leraar compositie vijfenzestig werd, organiseerde het conservatorium van Brussel een groot concert met enkel werken van hem. Hij wou echter absoluut dat er ook een werk van zijn leraar, Jean Absil,werd uitgevoerd. "Omdat hij orde bracht in mijn wereld", zei hij. Een leraar die niet probeert zijn eigen wereld te imponeren op zijn studenten, dat vind ik fantastisch. Hij aanvaardde de eigen wereld, de gedachten, de fantasieën van zijn studenten, maar probeerde hen orde bij te brengen om het geheel structuur te geven. Als je structuur hebt in je persoonlijk leven dan heb je de vrijheid om je fantasie de vrije loop te laten.

Is je drang om muziek te maken soms een last, iets dat tegen je kan werken?

Op zichzelf is het het beste gevoel dat ik mij kan wensen, maar ik moet mijzelf soms tegenhouden want anders blijven de andere dingen liggen. Daar (wijst een forse stapel papier aan), dat zijn bijvoorbeeld allemaal brieven die ik nog moet beantwoorden. Ik moet dus de dag ervoor een soort plan opstellen en wanneer ik me daaraan houd, is mijn dag geslaagd. Anders zou ik per dag 12 uur piano studeren.

Beschouw je de Alma de la música als een meesterwerk?

In de originele betekenis van het woord wel. In de middeleeuwen was een meesterwerk, een stuk dat je schreef voor je meester om te bewijzen dat je je vak kent. Ik was 42 en ik had nog nooit iets geschreven voor groot ensemble (orkest en koor). Ik heb daar drie jaar lang bijna dagelijks aan gewerkt en dat was een ongelooflijke periode uit mijn leven.

Wie is dan die meester voor wie je dat stuk hebt geschreven?

(De telefoon onderbreekt ons gesprek) Dat was mijn beste vriend, László Heltay. Ik heb het stuk aan hem opgedragen.

En beschouw je het als een meesterwerk in de zin waarin de meeste mensen meesterwerk begrijpen?

Ik heb er nog nooit zo over nagedacht, zolang ik er zelf maar een goed gevoel over heb. En ik ben al heel blij wanneer ik een aantal andere mensen kan ontroeren.

Laszlo Heltay en Johan Duijck

Heb je erkenning nodig?

Vroeger wou ik een groot pianist worden, of een groot componist of een groot dirigent, dat is langzaam geëvolueerd naar een mooie pianist of een mooie componist. Vroeger had ik behoefte aan de bewondering van mensen. Nu wil ik liefde en menselijke communicatie. Je kan mensen tot ontroering brengen, maar het feit dat zij luisteren naar mijn muziek geeft mij ook heel veel terug. Kunstenaars krijgen doordat ze kunnen geven, het is een echte wisselwerking.

Zijn er mensen van wie je die erkenning meer verlangt?

Ik denk dat je in de loop van je leven maar kan loskomen van de bewondering van het grote publiek als je eerst de erkenning hebt gekregen van mensen die voor jezelf waardevol zijn. Wanneer een aantal mensen zoals Vic Nees of László Heltay of Peter Cabus, die ik zeer hoog acht, in de loop van de jaren zeggen: "Het is goed wat ge doet!", dan stelt mij dat gerust want dat is een aanduiding dat ik mijn techniek verworven heb. Dan kan je stilletjesaan loskomen van die techniek. Zoals een van de grootse pianisten uit deze tijd,Geza Anda, zei: "Ik heb het applaus van het publiek niet nodig, ik weet zelf wel wanneer ik goed gespeeld heb."

Welk gevoel borrelt er in je op wanneer er geknaagd wordt aan je passie, zoals met die historie van het Vlaams Radio Koor (VRK)? (Het Ministerie van Cultuur wilde het VRK afschaffen om te besparen.) Voel je dan teleurstelling, onmacht, woede,... ?

Zeker geen teleurstelling. Ik laat mij niet ontmoedigen. Je weet dat je moet vechten. Maar het is niet gemakkelijk in de koorwereld. Een a capella koorconcert blijkt voor het grote publiek een van de moeilijkste vormen van muziek te zijn. Mijn hoop is dat ik stilletjes mensen kan overtuigen van de waarde van het koorleven. En als politici dat niet zien, tja, ze weten niet beter. Het komt erop aan om hen stilletjes te overtuigen. Ik zie het dus eerder als een uitdaging dan als een aanval.

Vic Nees ziet je als een voluntarist, iemand die gelooft in de maakbaarheid van de wereld. Heeft hij gelijk?

Ik zal opnieuw 100% open zijn. Ik ben zeer gelovig. Voor mij is alles wat er gebeurt in het leven terug te brengen tot twee dingen: ofwel kan je er iets aan doen ofwel heeft God het zo beslist. Natuurlijk moet je ook de wijsheid hebben om te weten wanneer je er iets aan kan doen. Ik ben van de overtuiging dat je aan de dingen waar je iets aan kan doen, ook absoluut iets moet doen. Maar de zaken waar je niets aan kan doen moet je zo laten. Wanneer bijvoorbeeld mijn hand zou moeten afgezet worden, dan zou dat verschrikkelijk zijn maar als God het zo gewild heeft, dan is dat zo.

Wanneer bijvoorbeeld bij een repetitie van het GMK een bepaald stuk niet helemaal perfect gaat, dan frustreer je mensen als je er blijft op doorgaan. En dat kan niet, je moet dan de wijsheid hebben om dat stuk even aan de kant te schuiven en er twee weken later op terug te komen. Het is zeker niet zo dat je alles kan oplossen met je wil. Een probleem hebben is niet belangrijk, hoe je erop reageert, dat is belangrijk.

Je hebt eens geschreven: "Muziek bestaat al vóór een componist componeert. De gave bestaat erin naar die STEM te luisteren en ze nadien te overstijgen." Je schrijft stem met hoofdletters, is die STEM een soort van God voor jou?

Eigenlijk wel, niet letterlijk. Als ik schrijf, heb ik soms een gevoel van herkenning. Een gevoel van "dat moet het zijn", alsof ik het niet zelf geschreven heb, alsof het reeds bestond en ik het gewoon neerschrijf. Dat is ook zo met piano spelen.

In de tekst van de Alma de la música komt een zinnetje voor dat mij zeer hard aansprak: "...geluiden tot akkoorden verleiden...". Beschouw jij klanken of geluiden als een soort levende dingen die een eigen wil hebben en die je dus moet uitnodigen om op de juiste plaats te komen staan?

Het is dubbel natuurlijk, de noten moeten volgens muzikale wetmatigheden juist geplaatst zijn, maar vaak brengt het technisch ordenen van je bouwstenen je tot nieuwe gedachten die je niet verwacht had. Akkoorden zijn een groep noten die akkoord komen met elkaar. Dat is iets wat in mijn denkwereld zeer belangrijk is, namelijk harmonie. Niet alleen harmonie tussen noten of klanken, maar ook harmonie tussen mensen. Je kan geen muziek maken met mensen als je geen stroming van vriendschap voelt met die mensen. (Hij wijst naar twee stenen die hij gekregen heeft van de leden van het GMK met opschrift: 'Nulla amicitia sine musica' - zonder muziek geen vrienden, en de tweede: 'Sine amicitia nulla musica' - zonder vrienden geen muziek).

Religiositeit en geloof zijn erg belangrijk in je werk. Is het dan niet moeilijk voor mensen die niet gelovig zijn om je muziek volledig te vatten of te voelen?

Ik denk het niet, elke mens heeft een religieus gevoel. Religie komt van het Latijnse religereen dat betekent "opnieuw verbinden". Wat los is gekomen moeten wij als mens, leraar, kunstenaar proberen opnieuw samen te brengen. Ik zou het bijvoorbeeld verschrikkelijk vinden wanneer een fantastische groep als het Gents Madrigaalkoor een bepaald iemand geen plaats zou kunnen geven in de groep. Het verbinden van mensen, het verenigingsleven is tegenwoordig een beetje in de verdrukking en daar zie ik een belangrijke taak voor mezelf. Maar er is een noodzakelijke tegenstelling tussen het ik en het wij. Ik heb enorm behoefte aan die uren alleen aan de piano. Dat is de stekker in mijn stopcontact. Dan kan ik mij opladen om weer anderen te verbinden. In de maatschappij zie ik tegenwoordig een individualisering, mensen komen niet meer buiten, maar ze hebben anderzijds geen eigen mening meer en lopen gewoon blind een groep achterna.

Ben je een controlefreak?

Voor mij gaat het vooral over kwaliteit kunnen garanderen. Als dirigent van het Vlaams Radiokoor moet ik de mensen kwaliteit kunnen bieden. Hoe minder ik moet controleren, hoe beter. Dat is ook wat zij appreciëren in mij, denk ik. Mijn principe is: gij kent uw job en ik ken mijn job, laten we zo goed mogelijk samenwerken. Natuurlijk, als ik vind dat er iemand zijn job niet goed doet, zal ik mij wel moeien.

Hou je van de macht over zoveel zangers en muzikanten wanneer je dirigeert?

Dat is geen macht voor mij, maar vreugde. Als ik door mijn bewegingen als dirigent een orkest en een koor kan laten doen wat ik in mijn hoofd heb dan geeft mij dat een enorm geluk. Een gevoel van invloed, schoonheid of juistheid, maar geen gevoel van "ik ben hier de baas", dat interesseert mij totaal niet.

Kan je een pedagogische truc vrijgeven die je helpt om de aandacht van de koorleden tijdens een repetitie vast te houden?

Humor is zeer belangrijk. László Heltay leerde me "een repetitie waar de mensen niet een keer echt goed gelachen hebben is een slechte repetitie". Je moet kunnen inspelen op het moment zelf. Iedereen heeft de behoefte om een keer te lachen, om de stemming te laten ontspannen.

Kan je een grapje maken zonder je echt zo te voelen?

Absoluut, maar het fantastische is dat het niet enkel invloed heeft op de anderen, maar ook op jezelf. Dan kan ik me ook een keer ontspannen. Ik heb daar wel behoefte aan.

Johan Duijck, getekend door Paul De Becker

Ik las hier in Brugge bij de ingang van de abdij: "Timeo hominem unius libri" (Vrees de man met maar één boek). Vrees jij de man met maar één boek?

Natuurlijk, wie maar één boek gelezen heeft, is niet voor rede vatbaar. Hij heeft immers geen andere invalshoeken bekeken. Dat is voor mij ook de basis voor alle menselijke communicatie. Ik zeg vaak tegen mensen "dat is jouw waarheid en je hebt gelijk, maar dat is slechts een zijde van de medaille, laten we nu eens gaan zoeken naar de tegenwaarheid want die is ook waar." Waarmee ik niet wil zeggen dat alles waar is maar het verduidelijkt veel, het relativeert een hoop dingen.

Je schrijft dat de opdracht van een dirigent is zich op termijn overbodig te maken. Heeft de dirigent tijdens een concert dan enkel nog een louter ceremoniële functie?

Natuurlijk moet je zorgen dat de koorleden goed geschoold zijn, maar daarna komt de creativiteit. Bijvoorbeeld. Eric Ericson, de godfather van de koormuziek, repeteerde met het koor tot op de laatste minuut en zei op het einde: "vergeet niet, het kan zijn dat ik tijdens het concert totaal iets anders doe dan we hebben voorbereid. Just look at me". Er ging een schok door het koor, maar hij had gelijk. Elk concert was anders en toch voerde hij hetzelfde muziekstuk uit.

Hoe leg je uit dat een stuk dat tot in het detail is uitgeschreven en uitgevoerd wordt door dezelfde muzikanten of zangers toch een merkelijk andere uitvoering krijgt wanneer het geleid wordt door een andere dirigent?

Dat is de magie. Je oefent op de techniek, maar persoonlijkheid is belangrijker dan techniek. Persoonlijkheid kan je echter niet oefenen.

Kan je een muziekstuk intellectueel knap vinden zonder er echt van te houden?

Ja, enorm. Mijn ultieme stukken zijn wel die stukken die ik bij de eerste beluistering mooi vond en die ik door analyse steeds interessanter en mooier ben gaan vinden. Het is nooit gebeurd dat ik eerst van een stuk niets moest hebben en dat ik daarna door analyse dat stuk mooier begon te vinden. Maar het omgekeerde is soms wel waar. Dat je eerst een stuk mooi vindt en dat je na analyse ontdekt dat het een lege doos is.

Je moet in het begin een plaat een aantal keer beluisteren vooraleer je er iets over kan zeggen.

Mijn leraar zei altijd dat ik een stuk twintig keer moest beluisteren. Het gebeurde dat ik een stuk van Michael Tippett, die ik enorm bewonder, beluisterde en dat ik dacht: "die kan toch niet plots domme muziek geschreven hebben!", maar na verloop van tijd moet ik dan vaststellen dat ik gewoon niet mee was met hem.

Je schrijft ook erg mooi. Heb je er nooit aan gedacht zelf een tekst te schrijven waarop je daarna de muziek componeert?

Nee, ik heb geen behoefte om teksten te schrijven, er zijn al zoveel mooie teksten geschreven. Bijvoorbeeld bij de Alma de la Música werd ik eerst enorm aangesproken door het Spaans maar zeker ook door de mystiek In het persoonlijk leven houd ik niet van vaagheid, maar in de kunst juist wel. Daar is weer dat belangrijke contrast.

Kan je met muziek een gemoedstoestand versterken of laten omslaan? Maak je daar soms gebruik van?

O ja. Bijvoorbeeld de muziek van de film Tous les matins du monde, een film over een componist uit de 16de eeuw, Monsieur de Sainte-Colombe. Dat is heel rustige muziek en als ik eens behoefte heb aan intimiteit dan leg ik dat op. Niet veel, maar af en toe heb ik er nood aan. Dat is ook de kracht van muziek. Het heeft iets dat het woord overstijgt. Het woord is verre van eenduidig, maar de muziek is toch iets meer. Het is zo abstract en emotioneel, ik kan dat moeilijk vergelijken met andere kunstvormen. Er zijn stukken die ik tien keer na elkaar kan opzetten en waarvan ik weet dat ik kiekenvlees zal krijgen.

Soms weet je ook echt niet waarom een muziekstuk je zo raakt?

Je kan alle parameters benaderen: intonatie, geluidssterkte, toonhoogte, maar het uiteindelijke definiëren waarom je iets mooi vindt dat gaat niet.

Je schreef in je regels voor koordirectie dat de koorleden zich na een repetitie frisser, energieker, meer ontspannen, ontroerder, gevoeliger, blijer en mooier moeten voelen. Geldt dat ook voor jou als dirigent?

Soms. Maar het behoort tot de taak van de dirigent en het is eigenlijk niet belangrijk dat de dirigent zich gelukkiger voelt. Want hij wordt niet betaald om gelukkig te zijn, hij wordt betaald om andere mensen zich goed te laten voelen. Zo zei mijn pianoleraar al "Als je speelt is het niet belangrijk dat je zelf gelukkig of triestig bent, maar dat je luisteraars zich triestig of gelukkig voelen". Ik zal nog een voorbeeldje geven. De Italiaanse dirigent Carlo Maria Guilini (1914) dirigeerde maar 20 concerten per jaar omdat hij zich telkens emotioneel zo hard moest opladen, dat hij na een concert compleet leeg was. Anderen kunnen er 250 op een jaar doen omdat zij dat kunnen beschouwen als een deel van hun techniek, hun ambacht. Zij kunnen dat gewoon reproduceren.

Uiteindelijk denk ik toch dat ik dat gelukkige gevoel aan mijn koorleden pas kan meegeven als ik zelf gelukkig ben. Anders wordt het te duidelijk een techniek. Het gaat erom oprecht te zijn. Koorleden voelen dat. Maar je hebt als dirigent niet het recht om je eigen ongelukkig gevoel over te dragen op je koorleden. Ik vind dat je de plicht hebt om je goed te voelen. Dat is niet mogelijk, maar het is je plicht om te proberen. De ene keer lukt dat al wat beter dan de andere keer.

Iets heel anders: je voelt je enorm aangetrokken tot Spanje. Waarom?

Het heeft natuurlijk veel te maken met de zon, dat mag je niet onderschatten. Er is die zuiderse mentaliteit. Iets meer op je gemak zijn en toch ook zeer energiek blijven. Ik ben allergisch aan lawaai, maar Spaans lawaai stoort mij nooit. Er is ook een veel grotere verdraagzaamheid dan bij ons tegenover mensen met andere gewoontes. De mensen zijn zichzelf en laten andere mensen zichzelf zijn.

Wat is voor jou de connectie tussen lichaam en geest?

Ik zou het willen opentrekken naar innerlijkheid en uiterlijkheid. Als iemand zich triestig voelt dan zie je dat uiterlijk. Het innerlijke beïnvloedt dus het uiterlijke. Maar het omgekeerde is ook waar. Ik vind het meestal niet belangrijk hoe je je voelt. Wanneer iemand zich goed toont, zal die zich na verloop van tijd ook goed voelen. Dat is zeer belangrijk, want hoe iemand zich voelt heeft hij niet altijd zelf in de hand, maar wel hoe hij zich gedraagt. Je moet ook je lichaam gebruiken. Als ik mij wat slapjes voel ga ik een kilometertje zwemmen en dan heb ik weer energie voor tien.

Freek Stoffels (géén GMK-lid)


1973-1978   

De hele bundel "Ars Musica", met als favoriet Je ne l'ose dire

 

 


© v.z.w. Gents Madrigaalkoor