Gents Madrigaalkoor   help!
help
English version of the site
English

Vic Nees bespreekt
el Camino del Alma

 

Na het concert el Camino del Alma introduceerde Vic Nees de gelijknamige cd. Hier kunt u de volledige tekst lezen.

 
     

"Le vingt-et-unième siècle sera mystique ou ne sera pas." Het was geen christen die dat zei, geen oosterse monnik of geen goeroe, maar een voormalig communist en later gaullist, de visionaire schrijver André Malraux.

Malraux was geen gelovige. Hij was een ervaringsdeskundige die het kwaad beleefd had in al zijn uitingen. Hij kon inschatten dat de negatieve krachten van deze wereld een tegengewicht moesten hebben. Tegenover de georganiseerde verwoesting van de twintigste eeuw stond het georganiseerde christelijke humanisme. Tegenover de geestelijke onttakeling van onze eeuw staat het geestelijk vuur van de mystiek.

Zoals de georganiseerde godsdienst haar afwijkingen had, zo kent de mystiek haar deviaties. De katholieke kerk heeft altijd kritisch gestaan tegenover haar mystici omdat ze zo oncontroleerbaar waren. Meister Eckhart werd veroordeeld, Margarete Porete werd verbrand: de voorbeelden zijn legio.

Vic Nees op het podium van De Bijloke ©GMK/Filip Dujardin

Tegenover de mystieke bewegingen van onze eeuw is geen kerk opgewassen. New Wave tiert welig. Via bestsellers, cursussen en bewegingen heeft zij een paar generaties ingepalmd die elke godsdienstige oriëntering gemist hebben. Hun praktijken missen diepgang, de muzikale uitingen ervan eveneens. Dat betekent niet dat de nieuwe belangstelling voor authentieke mystiek geen parallelle ontwikkeling vindt in de hedendaagse muziek.

De eerste die van zich liet spreken was Arvo Pärt. Pärt is nu tweeënzeventig en leeft in Berlijn. Hij wortelt in de orthodoxe cultuur maar schreef hoofdzakelijk in het Latijn. Pärt gebruikt herhaaldelijk het litanietype en beoefent daarin een ascetische eenvoud. Als zijn werk al ergens naar verwijst, is het naar de late middeleeuwen. Hij werkt het imago van mysticus enigszins in de hand door zijn teruggetrokken levenswijze en door zijn uiterlijk van monnik in hogere sferen.

Iets minder bekend is John Tavener, maar even populair in de Angelsaksische wereld. Tavener is drieënzestig. Hij was presbyteriaan maar bekeerde zich tot de orthodoxie. Hij bestrijkt een esthetisch veld dat gaat van orthodox-liturgisch geïnspireerde zang tot ietwat zweverige instrumentale muziek die uitstekend past in de "new wave-sfeer".

Een derde grote naam in het genre is Henryk Gorecki, een Pool van vierenzeventig jaar. Zijn koorwerk "Totus tuus" situeert hem duidelijk als trouwe aanhanger van Karol Woytila en menig opus is dan ook een opus Dei. De derde symfonie van Gorecki is een wereldsucces geweest. Haar zweverige esthetiek heeft ze gemeen met het latere werk van Tavener.

Waarom nu die lange inleiding over mystiek in de hedendaagse muziek? Wel ik heb ze nodig om het werk van Johan Duijck in die context te situeren. Over de rechtzinnigheid van de vorige drie kan ik niet oordelen. Pärt doet je aan een Russische monnik denken, Tavener lijkt enigszins op de abbé Liszt, Gorecki is de enige die lijkt op een gewone burgerman.

Johan Duijck dirigeert el Camino del Alma ©GMK/Filip Dujardin

Wie Johan ziet, denkt niet aan een verstrooide monnik en evenmin aan een burgerman. Je kan je hem perfect in een benedictijnenklooster voorstellen. Er hoeft geen baard of lang haar bij te komen. Zijn tonsuur is met de jaren zo uitgedijd dat ze natuurlijkerwijze volkomen beantwoordt aan het ideaal van de monnik. Wie het televisieprogramma over hem heeft gezien, kan daaruit afleiden dat hij ook het benedictijnse schema van arbeid en contemplatie volkomen ongedwongen realiseert. Hij heeft geen kloosterbel nodig om hem op te roepen, altijd is hij klaar voor de volgende taak.

Een dergelijke discipline moet ook in zijn composities tot uiting komen. Lees ze, beluister ze, je zal op geen onhandigheid stuiten. Je rijdt over perfect aangelegde sporen met alle wissels op veilig en elke stopplaats zorgvuldig voorbereid.

Maar schuilt precies daar geen gevaar in, in die vormelijke perfectie? Ja, dat zou kunnen bij een ander soort temperament. Bij iemand die op één spoor rijdt, het spoor van de ernst en het evenwicht, het spoor waarop elke verrassing of elke verwondering afwezig is. Maar opnieuw kom ik bij een monnik terecht, bij de trappist Thomas Merton die de dorheid kende maar ook de schaterlach. Die vaardigheid om van stemming te wisselen, om contrasten te overbruggen, om met een bedrieglijke naïviteit van de ene golf moeiteloos op de andere te surfen, dat is het geheim van het muzikale discours van Johan.

Wie vanavond aandachtig heeft geluisterd, heeft dat "de auditu" kunnen vaststellen. Ik moet het hier niet meer in de verf zetten. Ik moet het evenmin over de uitvoering hebben. Het koor - de koren - zijn bewonderenswaardig, zo ook de solisten en de musici. U hebt het zelf gehoord. Ik had het voorrecht ook de opname vooraf te horen, en ook daarvoor mijn compliment. Ik belicht daarom deze mystieke triptiek vanuit de hoek van de componist. Ik stel Johan een beetje voor als een benedictijn met de discipline van het "ora et labora" die echter bij de Karmelieten zijn mystieke teksten zoekt. Bij de ongeschoeide Karmelieten nog wel, want wie hem van nabij kent, weet dat hij een voorkeur heeft voor een "ongeschoeide" vorm van werken. Juan de la Cruz en Teresa van Avila leveren zijn teksten en, voordien al, de augustijn Luis de Leon. Luis de Leon had hij nodig omwille van diens ode aan de vriendschap, die hij zelf hoog in het vaandel draagt. Luis de Leon verzorgde na de dood van Teresa haar nagelaten geschriften, zodat er ook hier een band is met de Karmelieten. Als auteurs van mystieke geschriften hebben ze alle drie last gehad met de officiële kerk: St-Jan van het Kruis werd door zijn ordebroeders gevangen gezet, Teresa kende de tegenkanting van alle grote hervormers en Luis de Leon werd verdacht door de Inquisitie.

Hoe kwam Johan ertoe om moeilijke mystieke teksten op muziek te zetten? En waarom dan geen Hadewych of Ruusbroec, of geen Rijnlandse mystici die dichter bij huis liggen?

Johan is een hispanofiel. Spaans is zijn tweede moedertaal. Anders dan de noorderlingen, schreven de Spaanse mystici naast proza ook gedichten. Alleen Hadewych beantwoordt aan dat profiel, maar ze is in de oorspronkelijke vorm nog nauwelijks te lezen. De Spanjaarden wel. Ze zijn ook drie eeuwen jonger en vragen geen taalkundige uitleg.

Daarin schuilt het specifieke van El Camino del Alma, dat het een werk is dat zich muzikaal tracht in te voegen in de duistere nacht van de ziel om ze tot verlichting te brengen. Hij wil een pelgrim zijn naar de innerlijke bron, hij wil het geslotene ontsluiten. Hij gebruikt daarbij geen ascetisch litanieën die je aan de middeleeuwen doen denken, geen zweverig melodieus gemediteer, "maar normaal" zou hij zeggen, normale muziek van deze tijd, muziek die aandacht vraagt en rust om erin door te dringen, maar geen speciale stilistische oriëntatie, geen vreemddoenerij, geen pose, geen wereldvlucht.

De hardheid van de Spaanse mystiek wordt niet omzeild. Er zijn erupties van klank met de haast granieten kracht van De Falla's Atlantida, maar er zijn ook tederheden zoals de ontwapenende sopraansolo die voor de opperste vertroosting kan staan.

De systematiek van zijn eigen compositietechniek verloochent Johan evenmin. Integendeel, in "Cantar del Alma" ontwikkelt hij een schrijfwijze die haast een parallel is van de even systematische negen verdiepingen van het beschouwend gebed zoals ze bij Teresa van Avila beschreven staan in "Castillo interior", het kasteel van de ziel.

Je moet deze muziek ondergaan met een open geest. Niet bij kaarslicht met thee en een chocolaatje. Wie dat soort muziek wenst, kan bij Tavener terecht. Wie Pärt wil, moet opteren voor "Pärt total", voor een harde kerkbank tegenover een naakte muur. Wie een voorkeur heeft voor patisserie, moet Gorecki nemen met daarbij de maagd van Chestochova in pastelkleuren. Wie daarentegen geen zoetigheden wenst, geen bisschoppen in speculaas maar gezond gebakken brood, kan het best bij Johan Duijck terecht. Er mag ook nog een glas wijn bij, want brood en wijn zijn in deze context niet alleen geoorloofd, maar zelfs aanbevolen.

Vic Nees

Vic Nees op het podium van De Bijloke ©GMK/Filip Dujardin




© v.z.w. Gents Madrigaalkoor, 2007
Laatste aanpassing: 13 december 2007

Valid HTML 4.01 Transitional


Gents Madrigaalkoor

Gents Madrigaalkoor
Waterstraat 31
B-9040 Sint-Amandsberg
België
tel&fax: +32-9-3290985
secretariaat@gmk.be