GMK 50: Dubbelconcert Amics

 

 

Dubbelconcert GMK en Coral Cantiga (Barcelona) - voorstelling Jubileumboek 50 jaar GMK

 Welkom op de concertpagina van Amics! Misschien hebt u deze pagina wel gevonden via onze nieuwsbrief, of via de QR-code op het programmablaadje tijdens het concert. Op deze pagina delen we graag alle teksten, met bijhorende vertalingen. 

 

Uitvoerders:

Gents Madrigaalkoor o.l.v. Johan Duijck
Coral Cantiga o.l.v. Pep Prats
Peter Thomas, orgel


 

Programma:

 

Alma Redemptoris Mater - Joseph Jongen (1873-1953)

 
Alma Redemptoris Mater,

quæ pervia cæli porta manes,

et stella maris, succurre cadenti,

surgere qui curat, populo;

tu quæ genuisti,

natura mirante, tuum sanctum Genitorem,

Virgo prius ac posterius,

Gabrielis ab ore sumens illud ave,

peccatorum miserere.

Verheven moeder van de Verlosser,

die altijd zijt de open deur des hemels

en de ster der zee, kom het volk te hulp

dat valt en poogt op te staan.

Gij die tot verwondering van de natuur

uw heilige Schepper hebt gebaard

en maagd zijt gebleven;

gij die door Gabriël zijt begroet,

ontferm u over ons, zondaars.

 

Kyrie (Missa, opus 4) - Joseph Callaerts (1830-1901)

Kyrie eleison

Christe eleison

Kyrie eleison

Heer, ontferm u over ons

Christus, ontferm u over ons

Heer, ontferm u over ons

 

Gloria (Missa, opus 4) - Joseph Callaerts (1830-1901)

Gloria in excelsis Deo

et in terra pax hominibus

bonæ voluntatis.

Laudamus Te. Benedicimus Te.

Adoramus Te. Glorificamus Te.

Gratias agimus Tibi

propter magnam gloriam tuam.

Domine Deus Rex cælestis,

Deus Pater omnipotens.

Domine Fili unigenite, Jesu Christe.

Domine Deus Agnus Dei, Filius Patris.

Qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nostram.

Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis.

Quoniam Tu solus sanctus. Tu solus Dominus.

Tu solus altissimus, Jesu Christe.

Cum Sancto Spiritu in gloria Dei Patris.

Amen.

 

Eer aan God in den hoge

en vrede op aarde

aan de mensen die Hij liefheeft.

Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U.

Wij verheerlijken U en zeggen U dank

voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning,

God almachtige Vader;

Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus;

Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader;

Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons;

Gij die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed;

Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige.

Gij alleen de Heer.

Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus.

Met de Heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader.

Amen.

 

Entre flors - Antoni Nicolau (1858-1933)

Encara és petit,petit

l'infant de la glòria

petit com un lliri blanc,

bell com una rosa

dels rosers amb què en abril

Jericó es festona.

La verge sembla el roser

qan al braç la porta

quan lo porta vora el riu

a esbandir la roba.

Per esbandir-la millor

sobre l'herba el posa

entre mates d'iris blau

i margaridoides.

L'infantó somriu,

la mareta plora.

Gira als fills dels seus amors

sos ulls de coloma

cada volta que s'ajup

a la rentadora.

La veu en somni suau

com dorm i reposa

al peu d'un arbre d'encens

que li fa bona ombra.

De genolls un serafí

sos cabells esflora;

voldria besar son front,

voldria i no gosa,

veient que en son jaç florit

l'amor lo deixonda,

fent-li estendre sos braçets

a l'aire de gòlgota.

A pendre-la ella en los seus

de mare amorosa,

la creu estampada ha vist

en son llit de molsa,

com firma que el Déu infant

en la terra posa.

L'infantó somriu,

la mareta plora.

Ook al is Hij klein,

het kind van God,

klein als een witte lelie,

mooi als een roos

van de struiken die in April

om Jericho slingeren.

De maagd lijkt op de roos

wanneer ze hem draagt op haar arm,

wanneer ze hem naar de oever draagt

om het kleed te wassen.

Om het beter te wassen

legt ze hem op het gras

tussen de blauwe irissen

en de margrieten.

Het kindje glimlacht,

de moeder weent.

Ze kijkt naar de geliefde zoon

met de ogen van een duif

telkens wanneer ze

aan het wassen is.

Ze ziet hem zoet

slapen en rusten

aan de voet van een welriekende boom

die Hem wat lommer schenkt.

Bij Hem knielt een engel

met prachtig haar.

Ze wil Zijn voorhoofd kussen;

ze wil maar ze durft niet,

want ze ziet dat in zijn bloemenbed

waar liefde ontwaakt

die zijn arment strekt

naar de hemel boven Golgotha.

Hij steekt ze uit naar haar,

de liefhebbende moeder,

ze heeft hem aan het kruis geslagen gezien,

in zijn bed van mos,

als een teken van het goddelijk kind

dat op aarde gekomen is.

Het  kindje glimlacht,

de moeder weent.

 

Cantar del Alma - Frederic Mompou (1893-1987)

Aquella fuente está escondida,

qué bien sé yo do tiene su manida.

Su origen no lo sé, pues no le tiene,

mas sé que todo origen de ella viene.

Aquella fuente está escondida,

qué bien sé yo do tiene su manida.

En esta noche oscura

que bien sé yo por fe la fonte frida.

Aquella eterna fuente está escondida,

qué bien sé yo do tiene su manida,

aunque es de noche.

Su origen no lo sé, pues no le tiene,

mas sé que todo origen de ella viene,

aunque es de noche.

Sé que no puede ser cosa tan bella,

yque cielos y tierra beben de ella,

aunque es de noche.

Aquella fuente está escondida,

Qué bien sé yo do tiene su manida.

en esta noche oscura

que bien sé yo por fe la fonte frida.

Sé ser tan caudalosas sus corrientes

que infiernos cielos riegan y a las gentes,

aunque es de noche.

El corriente que nace de esta fuente,

bien sé que es tan capaz y tan potente

aunque es de noche.

Aquesta viva fuente que yo deseo

en este pan de vida yo la veo

aunque es de noche.

Aquella fuente está escondida,

qué bien sé yo do tiene su manida.

Su origen no lo sé,

mas sé que todo origen de ella viene.

Deze bron is verborgen,

hoe goed weet ik waar zij zich bevindt.

Haar oorsprong ken ik niet: die heeft zij niet,

maar ik weet dat alles van haar komt.

Deze bron is verborgen,

hoe goed weet ik waar zij zich bevindt.

Hoe goed ken ik in deze donkere nacht

vanuit mijn geloof de koele bron.

Deze eeuwige bron is verborgen,

hoe goed weet ik waar ze zich bevindt,

hoewel het nacht is.

Haar bron ken ik niet: die heeft zij niet,

maar ik weet dat alles van haar komt,

hoewel het nacht is.

Ik weet dat er niets mooiers kan bestaan,

en dat de hemel en aarde van haar drinken,

hoewel het nacht is.

Deze bron is verborgen,

hoe goed weet ik waar zij zich bevindt.

Hoe goed ken ik in deze donkere nacht

vanuit mijn geloof de koele bron.

Ik weet dat haar stroom zo overvloedig is

dat ze hel en hemel en de mensen besproeit,

hoewel het nacht is.

De stroom die uit deze bron ontstaat is,

zoals ik wel weet, kundig en almachtig,

hoewel het nacht is.

Deze levende bron waarnaar ik verlang,

zie ik in dit levend brood

hoewel het nacht is.

Deze bron is verborgen,

hoe goed weet ik waar zij zich bevindt.

Haar oorsprong ken ik niet,

maar ik weet dat alles van haar komt.

 

Credo (Missa, opus 4) - Joseph Callaerts (1830-1901)

Credo in unum Deum, Patrem omnipotentem,

factorem cæli etterræ,

visibilium omnium et invisibilium.

Et in unum Dominum Jesum Christum,

Filium Dei unigenitum,

et ex Patre (natum) ante omnia sæcula.

Deum de Deo, lumen de lumine,

Deum verum de Deo vero,

genitum non factum,

consubstantialem Patri;

per quem omnia facta sunt.

Qui propter nos homines

et propter nostram salutem

descendit de cælis.

Et incarnatus est

de Spiritu Sancto ex Maria Virgine,

et homo factus est.

Crucifixus etiam pro nobis

sub Pontio Pilato,

passus et sepultus est,

et resurrexit tertia die,

secundum scripturas,

et ascendit in cælum,

sedet ad dexteram Patris.

Et iterum venturus est cum gloria,

iudicare vivos et mortuos,

cuius regni non erit finis.

Et in Spiritum Sanctum,

Dominum et vivificantem,

qui ex Patre Filioque procedit.

Qui cum Patre et Filio

simul adoratur et conglorificatur:

qui locutus est per prophetas.

Et unam, sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam.

Confiteor unum baptisma in remissionem peccatorum.

Et expecto resurrectionem mortuorum,

et vitam venturi sæculi.

Amen.

Ik geloof in één God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde,

van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

En in één Heer, Jezus Christus,

eniggeboren Zoon van God,

voor alle tijden geboren uit de Vader.

God uit God, Licht uit Licht,

ware Goduit de ware God.

Geboren, niet geschapen,

één in wezen met de Vader,

en door Wie alles geschapen is.

Hij is voor ons, mensen,

en omwille van ons heil

uit de hemel neergedaald.

Hij heeft het vlees aangenomen

door de heilige Geest uit de Maagd Maria,

en is mens geworden.

Hij werd voor ons gekruisigd,

Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus

en is begraven.

Hij is verrezen op de derde dag,

volgens de Schriften.

Hij is opgevaren ten hemel:

zit aan de rechterhand van de Vader.

Hij zal wederkomen in heerlijkheid

om te oordelen levenden en doden.

En aan zijn rijk komt geen einde.

Ik geloof in de heilige Geest,

die Heer is en het leven geeft;

die voortkomt uit de Vader en de Zoon;

die met de Vader en de Zoon

te samen wordt aanbeden en verheerlijkt;

die gesproken heeft door de profeten.

Ik geloof in de éne, heilige, katholieke en apostolische Kerk.

Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.

Ik verwacht de opstanding van de doden

en het leven van het komend rijk.

Amen.

 

O vos omnes - Pau Casals (1876-1973)

O vos omnes qui transitis per viam,

attendite et videte:

Si est dolor sicut dolor meus.

O gij allen die langs deze weg voorbijkomt,

richt uw aandacht en ziet:

bestaat er wel een pijn zo groot als de mijne?

 

Nigra sum - Pau Casals (1876-1973)

Nigra sum sed formosa,

filiae Jerusalem.

Ideo dilexit me Dominus

et introduxit in cubiculum suum

et dixit mihi:

Surge, amica mea et veni.

Jam hiems transiit,

imber abiit et recessit,

Flores apparuerunt in terra nostra,

tempus putationis advenit.

Al zie ik er donker uit, ik ben toch schoon,

o dochters van Jeruzalem;

daarom heeft de Koning mij bemind en mij

binnengeleid in de bruidskamer.

En Hij zei tot mij:

sta op, mijn vriendin en kom,

reeds is de winter voorbij,

de slagregen is over en verdwenen,

bloemen zijn verschenen op onze aarde.

De tijd voor het snoeien is gekomen.

 

Sanctus (Missa, opus 4) - Joseph Callaerts (1830-1901)

Sanctus, Sanctus, Sanctus,

Dominus Deus Sabaoth;

Pleni sunt cæli et terra gloria tua.

Hosanna in excelsis.

Heilig, heilig, heilig,

De Heer, de God der hemelse machten!

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna in den hoge.

 

Benedictus (Missa, opus 4) - Joseph Callaerts (1830-1901)

Benedictus, qui venit in nomine Domini.

Hosanna in excelsis.

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.

 

Recordare Virgo Mater - Eduard Vila i Perarnau (°1984)

Recordare, Virgo Mater,

in conspectu Domini.

Ut loquaris pro nobis bona

et ut avertat indignationem suam a nobis.

Denk aan ons, Moeder Maagd,

bij het aanschouwen van de Heer.

Spreek voor ons ten goede

en wend Gods misnoegdheid over ons af.

 

Agnus Dei (Missa, Opus 4) - Joseph Callerts (1830-1901)

Agnus Dei,

qui tollis peccata mundi,

miserere nobis.

Agnus Dei,

qui tollis peccata mundi,

dona nobis pacem.

Lam Gods,

dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U over ons.

Lam Gods,

dat wegneemt de zonden der wereld,

geef ons de Vrede.

 

Laudate Dominum - Josep Vila (°1966)

Laudate Dominum omnes gentes,

laudate eum omnes populi.

Quoniam confirmata est

super nos misericordia ejus.

Et veritas Domini manet in aeternum.

Laudate Dominum omnes gentes,

laudate eum omnes populi.

Alleluia.

Prijs de Heer, alle geslachten,

prijs Hem, alle volkeren.

Want zijn genade over ons

blijft voor altijd.

En de waarheid van de heer blijft in eeuwigheid.

Prijs de Heer, alle geslachten,

prijs Hem, alle volkeren.

Halleluja.

 

El cant del Ocells - Johan Duijck (°1954)

En veure despuntar el major lluminar

en la nit més ditxosa.

Els ocellets cantant a festejarlo van

amb sa veu melindrosa.

L’ocell rei de l’espai va pels aires bolant,

cantant amb melodia.

Dient: Jesús és nat per treure’ns del pecat

i darnos alegria.

Cantava el passarell: oh! Que formós I bell

és l’infant de Maria!

I diu l’alegre tord: vençuda n’és la mort,

ja neix la vida mia.

Bij het zien van het ontwaken van het grootste licht

in de meest wonderlijke nacht,

beginnen de vogeltjes met hun lieflijkste stem

te zingen en daarover feest te vieren.

De vogel, koning van de ruimte, vliegt doorheen

de luchten, en zingt een melodie:

“Jezus is geboren om ons te verlossen van de zonde,

en om ons vreugde te geven.”

De vlasvink zingt: “O, hoe fraai en mooi

is het kindje van Maria!”

De opgewekte lijster zegt: “De dood is overwonnen,

mijn leven wordt geboren.”